|
Niet alleen de overweldigende hitte,maar ook aan de beesten, en beestjes moest je even wennen. Zo had je Krokodillen (niet in Biak), Gekko,s (een grote hagedis) Tidjaks die met hun zuignappootjes razendsnel over het plafond schoten,op jacht naar insecten, vliegende honden enz. De eerste broodmaaltijd was ook niet zo’n succes. Door de gehele boterham zaten zwarte torretjes .Die zaten ook in de rijst. De eerste dagen zat je er ze een voor een uit te pulken, maar dat leerde je al snel af. Gewoon mee eten. Ze waren per slot goed gebakken- en gekookt.
Primitief sanitair
Wat ook even wennen was dat je, gelijk de Romeinen, je ontlasting in het openbaar moest deponeren. De toiletten hadden geen deuren. Dus je zat elkaar met rode koppen aan te kijken. In het midden van dat zelfde lokaal stond men zich te wassen en aan de andere kant had je de douches. Tien dagen heb ik toen mijn behoefte opgehouden om het daarna te lozen en met een fles water je achterste schoon te maken.
Ziektes en zeertesAls ziekenpa werd je geconfronteerd met allerlei nieuwe verschijnselen,zoals: Ringwormen , apenpokken (blaasjes onder de oksels) tropenzweren, z.g.n. rode hond, vele soorten eczeem. Badkamereczeem (tussen de tenen) kwam het meeste voor. Dit eczeem was met mycosol goed te behandelen een groene vloeistof die je met een wattenstaafje aanbracht. De ringworm liet zich na enige tijd verhelpen met salycielzalf. De apenpokken werd behandeld met zwavelkrijtpasta. De tropenzweren werden meestal, na grondig schoongemaakt te zijn, met levertraanzalf behandeld. |
Goed Toeven
|
Op de BASE van de mariniers in Biak was het goed toeven. In je vrije tijd ging je heerlijk zwemmen of waterpolo spelen met kapitein Dick Ruimschotel. Of zonnebaden. Met dat zonnebaden ging het regelmatig fout. Ondanks de waarschuwingen omdat langzaam op te bouwen waren er toch nog van die klojo,s die te lang in de zon bleven. In de ziekenboeg heb ik mariniers behandeld met vuistdikke blaren op de schouders. En dat was geen pretje.
Het eten was behoudens torretjes van de bekende marinierskwaliteit, dus prima. Alleen als we heel af en toe aardappels uit blik aten was het niet zo best. |
|
Wat wel vervelend was dat als je een beetje laat was de etensresten die
gemorst waren op de bakstafel bedekt werden met horden zoemende vliegen.
Niet zo smakelijk. Patrouilles werden er op Biak niet zoveel gelopen.
Een of twee maal heb ik een kleine patrouilles gelopen. In de heuvels
kwam je dan allerlei zaken uit de oorlog, tussen de Amerikanen en de
Jappen, tegen.
Woendi paradijselijk eiland
Ten zuiden van Biak ligt het eilandje Woendi. Op het eiland, buiten een paar op palen gebouwde kamponghuisjes en enkele gebouwtjes. De ziekenboeg de kantine, en een uitkijkpost. De mariniers lagen allemaal in tenten. De ziekenboeg was heel eenvoudig en stond bij hoog water gedeeltelijk in zee. Het had een zinken dak met er naast een paar palmbomen. Die Klapperbomen zorgden ervoor dat ik soms midden in de nacht naast mijn bed stond. De vallende kokosnoten zorgden voor een hels kabaal op het zinken dak!! Op Woendi had ik een puur Zwitserleven gevoel. Een prachtig eilandje, waar je in een klein uurtje rond gelopen was. Zelf sliep ik lux in een normaal bed met klamboe Van de korporaal ziekenpa, die ik ging aflossen, kreeg ik een leuk presentje. Een paar kwastjes en wat waterverf. Derhalve was er een leuke vrije tijd besteding aangebroken.Van die korporaal had ik geleerd om van drijfhout en schelpen een leuk souvenir te maken. Met de oefeningen op de dag hoefde ik niet mee te doen, dus alle tijd om het eilandje af te struinen. Allereerst een aantal stukken drijfhout met veel gaten er in, die ik opvulde met prachtige schelpjes. Daarbovenop een Shell schelp waarop ik een landschapje met een kamponghuisje een stuk zee schilderde en daar boven: WOENDI 1957. De souvenirs vonden gretig aftrek en verkocht ze voor 5 gulden. Destijds een aardige bijverdienste.
|
|
|
Na het verbanduur ‘s avonds ging ik dan de kantine en bestelde 3 flesjes cassis die ik dan achter elkaar leegdronk. Dat was wel nodig na het transpireren van het verbanduur. Mede door bovengenoemde lucratieve handel kon ik mij deze luxe permitteren. Een van mijn mooiste herinneringen aan Woendi is het zwemmen. In plaats van te douchen ‘s morgens om een uur of zes bij het steigertje een duik nemen. Alhoewel het water in de tropen behoorlijk zout is hield ik mijn ogen open en zag hele scholen prachtige vissen. |
|
Bij mijn bed in de ziekenboeg hing boven mijn klamboe een grote
geel-blauwe spin. Gewoon laten hangen zei mijn voorganger. Dat ik iedere
avond eerst even keek voordat ik onder mijn klamboe dook laat zich
raden. Wordt vervolgd. |
|